Definities
Capabiliteit is de combinatie aanleg en competenties die uitmonden in kennis, rijping en ontwikkeling die zich vervolgens uitdrukken in vaardigheden. Daarnaast het vermogen om de juiste functie in te vullen met het vorenstaande in ogenschouw te nemen. We zouden kunnen stellen dat capabiliteit kundig bedreven is.
Vertrouwen is iemand die werkt vanuit gedegenheid, integriteit, stelt normen en waarden voor het aandachtsgebied (en eventueel daarbuiten) en handelt er naar. ‘Kunnen bouwen op iemand’.
Veranderen is ‘anders maken’, een situatie veranderen met als uitgangspunt het verbeteren (mensen, processen, systemen). Een grote valkuil is om het ‘anders’ te doen maar niet noodzakelijk beter.
Angst is ‘erg bang zij’, bang zijn voor een veranderende omgeving (mensen, processen, systemen). Onwetendheid en geen controle hebben over de toekomst, het niet (kunnen) beheersen van de verandering.
Geloofwaardig is ‘het vertrouwen verdienen’, mede vanuit historie bewezen dat spreken en er naar handelen een lijn vormen. Wat je zegt en doet wordt ervaren als zijnde kloppend, congruent.
Eerlijk is ‘de eigen waarheid uitspreken’, spreken en handelen volgens oprechte eigen waarheid en werkelijkheid. Zelfverzekerd is ‘zeker van zichzelf’, overtuigd van de juistheid van eigen inzicht en handelen. Weten wat je kan en niet kan en dit prima vinden. Focus op talent om te kunnen excelleren.
Kennis is ‘bekendheid met iets’, vanuit theorie e/o praktijk informatie tot zich nemen.
